Jan de Rooden |
||
|
Een
en tweepersoons |
|
| Pot "En route" 1991, H 32 cm. Part. col. | ||
| 1955 tot heden. Als
keramist ben ik hoofdzakelijk autodidact. Dit houdt in,
dat het eigen atelier de school werd, waar ik mijzelf oefende in technieken en waar ik allerlei grondstoffen uitprobeerde aan de hand van boeken. Daarbuiten verruimden de pottenbakkers, die ik bezocht, mijn inzicht in aanpak en werk methoden. Keramiek collecties in musea leerden mij kwaliteit onderscheiden in vorm en glazuur en daar vond ik ook uit, waar mijn voorkeuren lagen. Zonder dat ik mij er toen van bewust was, brachten natuur en architectuur mij in mijn vroege jeugd een gevoel voor verhoudingen bij, dat mij nog steeds leidt. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hospitant: In 1955
kon ik hospiteren bij de cursus glazuurgrondstoffen en
glazuurberekening, die Dr. Theo Dobbelman gaf
aan aan de leerlingen van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Studieboeken: Zes
boeken waren essentiëël voor mijn ambachtelijke vorming.
In volgorde van studie: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| 1960 | De Renteloze lening, die Paula
Augustin, conservatrice Kunstnijverheid van
het Stedelijk Museum, ons tot
onze verrassing aanbood, was geen beurs of stipendium in de eigenlijke zin van het woord, maar wel een aanmoedigend blijk van vertrouwen. Daarmee konden wij het atelier van de kort te voren overleden kunstenaar Bert Nienhuis overnemen en ons souterrain-alkoof ateliertje op de Weteringschans inruilen voor de hoge lichte ruimten aan de Kloveniersburgwal. |
| 1962 | Reisbeurs Ministerie van Cultuur
. Met deze beurs reisde ik naar Scandinavië en Finland, toen buitengewoon kostbare landen. Door liftend te reizen konden Johnny Rolf en ik samen de reis maken. Enige jaren achtereen had ik bij het ministerie er voor gepleit om pottenbakkers en keramisten ook op te nemen in het programma van reis- en studiebeurzen. Dit was de uitkomst. |
| 1962 | British Council Bursary. Met deze beurs kon ik drie maanden naar Engeland en aan de Farnham School of Art ervaring opdoen met steengoed en met vlamovens, wat in Nederland nog niet mogelijk was. Mijn idee na aankomst, om de beurs ook te gebruiken om iedere week enkele dagen in Londen te zijn en daar galeries, musea en ateliers te bezoeken en om een tocht langs pottenbakkers in Zuid Engeland te maken, vond terstond instemming. Deze intense Engeland periode is in mijn ogen het sluitstuk geworden van mijn vorming. Het was geweldig om collega's te ontmoeten als Dinah en Richard Batterham. Van Richards bijna lijvelijke manier van potten draaien genoot ik. De maansteen blauwe glazuren van Katharine Pleydell-Bouverie stimuleerden mij om zo'n kwaliteit te bereiken. Iedereen te noemen, die ik in die maanden met zoveel plezier kon ontmoeten, kan niet. Maar het bezoek aan Bernard Leach in St. Ives herinner ik me nog zo levendig. Ik vond het een eer, dat hij alle tijd voor mij nam. Toen ik zijn aterlier boven de pottenbakkerij binnen kwam, zat hij op zijn treadle wheel - een draaischijf met krukas - aan het werk, zo vertrouwde hij me toe, voor een tentoonstelling in Venuzuela. "Kijk" zei hij, een stukje van de porceleinen kom, waarin hij canalures maakte, omhoog houdend ,"dat is het mooie van porcelein, een drup water en het zit er weer aan". Daarna praatten wij. Omdat hij graag iets van mijn werk wilde zien, ging ik beneden de catalogus van onze Boijmans tentoonstelling halen. In een paar minuten was ik terug, maar hij had al een volgend stuk onder handen. Wijzend op een vitrine zei hij: "Dat zijn raku kommen, Japanse chawans uit de16de eeuw. Toen werden zij nog goed gemaakt. Neem ze maar in de hand". Bernard had er zichtbaar plezier in, hoe ik ze opnam, terwijl ik er plezier in had, dat hij mij dit liet doen. Elk bezoek aan de Primavera Gallery van Henry Rothschild was weer een ervaring. In zijn actieve galerie aan Sloane Street zag ik in korte tijd tentoonstellingen van verscheidene Engelse collega's. Op de opening van de tentoonstelling van Ruth Duckworth kon ik met haar kennis maken. Enkele weken later stonden in Primavera de cylindrische potten van Robin Welch, die me aanspraken om hun strakke lijnvoering. Van elk koos ik een stuk. Henry had werk in stock van een aantal andere interessante keramisten, van wie ik ook werk uitkoos. De stukken waren bedoeld voor de ceramiek collectie van vriend Jacob van Achterbergh. In de extra grote koffers, die ik bij terugkomst in Hoek van Holland vanaf de kade bezorgd in de takels zag hangen, zat onder andere werk van Ian Auld, Graham Burr, Gwynn Hansen en Bernhard Leach. Alleen het oor van een kan van Paul Barron bleek bezweken op de stormachtige overtocht. |
| 1964 | "Contour Prijs" van de Porceleyne Fles te Delft, samen met Johnny Rolf. |
| 1966 en 1967 |
Studio Gast van Gustavsberg
Fabriker AB, Zweden Dit vruchtbare verblijf dankten wij aan Johnny's initiatief. Nadat haar op het Concorso Internationale della Ceramica d'Arte in Faenza een prijs was toegekend, schreef zij Gustavsberg's Art Director, Stig Lindberg, met deze uitnodiging als resultaat. Toen wij met hem persoonlijk kennis maakten, vertelde Stig, hoe hij zijn mede juryleden in Faenza bij de inzending van Johnny Rolf ervan had overtuigd, dat zij een maal zijn voorkeur zouden moeten volgen. Reisbeurs Svenska Institutet, Stockholm |
| 1968 | Reisbeurs van het Ministerie van Cultuur.
Bijdrage aan een werkverblijf in de Verenigde Staten in 1969. Al meerdere jaren kregen wij op ons Kloveniersburgwal atelier bezoek van Amerikanen, die in musea of elders ons adres hadden gekregen. Heel vaak vertrokken zij met als serieuse afscheidswens: "jullie moeten naar de States komen om les te geven". Daarna bleef het dan stil, eigenlijk zoals te verwachten. In de zomer van 1967 waren Prof. Glenn C. Nelson en zijn echtgenote Edith weer bij ons. Twee jaar tevoren hadden zij voor het eerst aangebeld en het was toen vriendschap op het eerste gezicht. Ook zij waren ervan overtuigd, dat wij onze ideeën en ambachtskennis met Amerikaanse studenten moesten delen. Maar nu vond Glenn, dat hij de daad bij het woord moest voegen. Als auteur van het studieboek: "Ceramics, a Potter's Handbook", kende Glenn over heel de U.S. leraren en professoren aan universiteiten en academies. Hij stelde ons aan hen voor en peilde hun interesse en mogelijkheden, waren die positief dan gaf hij dit aan ons door. Met die mensen maakten wij contact en werkten een programma uit. Al doende kreeg in de loop van 1968 het idee van een lezingen en workshop tour vastere vorm. Op basis daarvan dienden wij bij de Nederlandse regering een aanvraag in voor een beurs in 1969, die onze twee retour vluchten Amsterdam - New York kon dekken. In die tijd waren de lijnen naar betrokken instanties op Ministeries kort. Per telefoon kon je de verantwoordelijke persoon spreken en het belang van een officiële reisbeurs voor het slagen van een plan uiteen zetten. Dit leidde in deze tot een positieve ad hoc beslissing. In Amerika legde die blijk van erkenning door de Nederlandse regering zijn gewicht in de schaal. Publicaties over ons en ons werk waren nog schaars en deze "Grant" verschafte het hoofd van een Ceramic Department soms het beslissende argument om een budget voor een werkbezoek van ons te laten reserveren. Vooral wanneer wij geheel op eigen initiatief contact maakten met een keramiek opleiding, kwam dit voor. Toen wij in februari 1969 in New York landden, hadden wij afspraken tot in november over heel de United States en begon het avontuur, waar wij zolang naar toe gewerkt hadden. Behalve de wens om onze keramische ervaring en de filosofie achter ons werk met studenten te delen, wilden wij zelf graag Amerika als continent beleven. In Nederland leed de sympathie voor de Verenigde Staten hevig onder de Vietnam oorlog. Op ons atelier kwamen tegelijkertijd veel bezoekers uit Amerika met wie wij terstond een band hadden. Doordat ons huis aan hetzelfde trottoir lag als de jeugdherberg, troffen wij regelmatig studenten uit de States. Hun openheid en geestdrift werkten vaak aanstekelijk. Op een andere pagina hoop ik in te gaan op de ervaringen met Amerika, waarbij geestdrift, openheid en gastvrijheid sleutelwoorden zullen zijn. |
| 1973 en 1974 |
Reisbeurs Ministerie van Cultuur. Bijdrage aan een studie- en werkverblijf in Azië in 1974. Al jaren zagen wij uit naar het moment, dat wij het Verre Oosten en Zuid Oost Azië zouden kunnen bereizen. In de zomer van 1970 ontvingen wij uit Amerika een brief van Eddy Kartasubarna, een Indonesische collega die in de States over ons had gehoord. Op zijn terugreis naar Bandung, waar hij aan het hoofd stond van de Seni Rupa kunst academie van de "ITB", de Hoge School Bandung, zou hij ons graag ontmoeten. De kennismaking met hem was heel geanimeerd. Wij hadden veel verhalen uit te wisselen. Ons werk sprak hem aan en ook onze aanvangs geschiedenis. Dat wij uit idealisme, haast zonder middelen, op eigen kracht als autodidact waren begonnen en nu op dit punt waren aangeland, dat fascineerde hem. Het zou zijn studenten, die meest ook met nauwelijks iets moesten beginnen, aanspreken. Al gaande kwam de gedachte aan een gastdocentschap aan de Seni Rupa op, een idee waarvoor wij alle drie warm liepen. Bij zijn vertrek spraken wij af, dat ieder van zijn kant daaraan zou gaan werken. Begin 1973 kwamen ook Korea en Japan in beeld. Vrienden uit Amerika en uit Nederland reisden daar rond of waren er aan het werk. De levendige beschrijvingen van hun ontmoetingen en ervaringen tezamen met hun suggesties voedden onze plannen. In de zomer verscheen Norimichi Aiba in ons atelier. Hij reisde voor de Chunichi Shimbun, een kranten en televisie maatschappij, door Europa om van bepaalde keramisten werk aan te kopen voor de "The 2nd Chunici International Exhibition of Ceramic Arts" een keramiek tentoonstelling, die in april 1974 in Nagoya gehouden zou worden. Wij raakten terstond bevriend met deze spontane, open jonge man, die in de toekomst vaker bij ons zou logeren. Het was Norimichi's eerste zelfstandige opdracht in het buitenland en wij konden hem van dienst zijn door contact te maken met collega's in Nederland en in Duitsland. Eerder was Norimichi gastheer en gids geweest voor officiële bezoekers aan zijn firma. Hij vond het prachtig om zich nu samen met ons over de kaart van Japan te buigen en ons te adviseren over bijzondere plaatsen en belangrijke oude keramiek centra. Toen wij afscheid namen van elkaar, lag er een aantrekkelijk reisplan door het Japanse eilanden rijk op tafel, compleet met tijdschema. Norimichi beloofde, dat eenmaal thuis gekomen, hij de mogelijkheden voor het geven van workshop en lezingen zou nagaan. Onze plannen voor een reis door Azië hadden nu opeens vastere vorm. Voor een gastdocentschap aan de ITB in Bandung werden we definitief verwacht in de zomer van 1974. Wij hadden zelfs een datum voor vertrek in gedachte. Begin april 1974, direct na de opening van onze tentoonstelling in het Boijmans museum, leek ons het aangewezen moment. Op grond van alle vooruitzichten kende het Nederlandse Ministerie van Cultuur ons beide nu definitief een reisbeurs toe, die het traject per Trans Siberië Express naar Yokohama zou dekken. De vroege toekenning van deze officiële Nederlandse regerings beurs versoepelde in eerste instantie het contact maken met de Japanse Ambassade in den Haag en later ook het maken van afspraken voor lezingen aan Japanse en Koreaanse universiteiten en academies. . |
| 1973 en 1974 |
Japan Kokusai Koryu Kikin (Japan Foundation) Om ook de Ambassade van Japan van ons aanstaande bezoek aan hun land op de hoogte te brengen, zocht ik in de late herfst per telefoon contact. Doorverbonden met de eerste secretaris de heer Yutaka Kondo, die tevens hoofd van de "Hospitality and Conference Service" in Tokio bleek te zijn, volgde er een levendig gesprek. Ik besloot met een voorzichtige opmerking, dat wij de Ambassadeur en hem graag in ons atelier zouden ontvangen. Die suggestie zou hij de Ambassadeur voorleggen. Het resulterende bezoek van Ambassadeur Ryoso Sunobe en de heer Yutaka Kondo was bijzonder ontspannen. Onze keramiek sprak hen buitengewoon aan en het vroege gereduceerde werk met glazuren in groen en blauw celadon ontlokte bij hen kreten van bewondering. Toen wij afscheid namen, nadat zij eerst ons tot hùn gasten hadden gemaakt en ons hadden onthaald op een lunch in het kort daarvoor geopende Okura Hotel , zei de Ambassadeur, dat hij hier voor ons niet veel kon doen, maar dat wij in Japan waar mogelijk op assistentie konden rekenen van Japan Foundation. Wat dit inhield werd duidelijk, zodra wij in de haven van Yokohama over de reling keken. Twee heren hielden daar een plakaat omhoog met de tekst: "Welcome Mr. and Mrs. Jan de Rooden". Op ons zwaaien werd dit fluks opgerold. Aan boord hadden wij zorgelijke berichten gehoord over een treinstaking, maar eenmaal op de kade leidden de heren van de Hospitality Service ons maar een wachtende limousine, die ons rechtstreeks naar onze Ryokan in Tokio reed.. De volgende ochtend opgehaald en naar het hoofdkantoor van Japan Foundation in Tokyo gereden, nam directeur Hiroshi Murata ons onmiddelijk mee voor een bezoek aan de Idemitsu Gallery. Pas jaren later daagde het ons, dat het bezoek aan dat museum met zijn prachtige Japanse kunst, een beoordeling van onze kwaliteiten was geweest en wij geslaagd waren.Wij werden namelijk meteen daarna door directeur Murata voorgesteld aan de heer Sakato, als "uw gastheer in Japan". Van achter zijn bureau zou deze enthousiaste jonge man ons Japan verblijf begeleiden. Wij hielden nauw contact met hem tot aan ons vertrek twee en een halve maand later van Shimonoseki naar Korea. Aan de hand van ons programma en reisschema voorzag de heer Sakato ons van de benodigde kaartjes voor trein, bus of taxi. In de plaats van aankomst boekte hij voor ons een hotel, ryokan of jeugdherberg, waarin wij dan voor eigen rekening verbleven. Heel essentieel waren de tolken die mr. Sakato voor ons regelde. Zij vertaalden de lezingen, die ik gaf onder meer voor de leerlingen van Prof. Kasuo Yagi op het Kyoto College of Fine Arts. Zij vergezelden ons ook bij de belangrijkere bezoeken, zoals aan Shoji Hamada en zijn echtgenote in Mashiko, aan Kiyomizu Rokubei, de 6e generatie meesterpottenbakker in Kyoto en aan het eeuwenoude keramiek centrum Shigaraki, waar de bejaarde meester Naokato Ueda en zijn zoon hun Noborigama ovens hadden. |
| Korea Vanuit Amsterdam hadden wij voor ons vertrek geen contacten kunnen leggen in Korea. Daarom was de brief van de Nederlandse Ambassade in Seoul, die ons onderweg in Japan bereikte, bijzonder welkom. Mr. W.Ch.E.A. de Vries, Chef de Post van de Nederlandse Ambassade in Korea was door mevrouw A. M. Kalmeijer, onze contact persoon op Internationale Betrekkingen van BZ in den Haag, van ons bezoek op de hoogte gebracht. Hij wilde graag weten, wat de ambassade voor ons kon doen, en hij en zijn echtgenote zouden ons graag ontvangen, zodra wij arriveerden. De heer en mevrouw de Vries van der Hoeven, Wil en Leentje, gaven ons een verrassend warm onthaal. Wij vielen in elkaar en de logeerkamer in hun gastvrije ambassadewoning zou een maand lang onze thuisbasis worden. Onze gastheer en gastvrouw bleken al initiatieven te hebben ontwikkeld, om ons met kunstenaars en studenten in contact te brengen. Mr. De Vries, nog maar kort tevoren benoemd als hoofd van de ambassade in Korea, was zo vriendelijk geweest om bij zijn kennismakings bezoek aan de president van de Hongik University, Dr. Lee Hang-nyong onze interesse in het geven van gastcolleges te noemen. Die boodschap viel in goede aarde. Kort na aankomst bezochten wij de Hongik Universiteit in gezelschap van mevrouw Leentje de Vries. Haar beheersing van het Chinees kwam zeer te pas, wanneer contact in het Engels wat schortte. Prof. Lee Dai-won, Dean van het College of Art en gerenommeerd kunstschilder, sprak zijn bewondering daar over uit tijdens zijn rondleiding. Het College bruisde van energie - twee duizend studenten - en in de ateliers hing een inspirerende athmosfeer. Het leek de Dean een prachtig idee, wanneer het studiejaar zou worden afgesloten met lezingen over ons werk. Zo stonden wij een week later voor honderden studenten in een bomvol auditorium en beleefden een intens plezierige dag. Deze werd besloten met thee met de studenten keramiek in een kring om ons heen. Professor Lee Dai-won spoorde hen aan hun verlegenheid te laten varen en vragen te stellen. Dat leidde tot spontane, onverwachte reacties, die ons lieten zien, hoe intens zij ons werk hadden opgenomen. In de tussentijd hadden wij Prof. Ron duBois opgezocht in Taegue. In 1969 ontmoetten wij hem in Stillwater, Oklahoma, waar wij op zijn uitnodiging een workshop gaven voor zijn studenten aan de Oklahoma State University. In het kader van een Fullbright Programma leidde hij de keramiek afdeling aan de Keimyung University en zette hij aan de Yeungnam University een keramiek afdeling op. Wij hadden veel uit te wisselen en te bespreken en besloten daarom samen de Haein-sa Tempel in Janggyeong Panjeon te gaan bezoeken. Tijdens de bustocht erheen in de stromende moesson regens passeerden we Onggi ¹) pottenbakkerijen, waar van oudsher de Kimchi ²) potten werden gemaakt. Ron zou een film ³) over deze traditie maken, waarvoor wij na terugkeer in Amsterdam tekst bijdroegen. Bij haar kennismakingsbezoek aan Dr. Okgill Kim, presidente van de Ehwa Womans University in Seoul met een al even belangrijk College of Art, had mevrouw de Vries op haar beurt ons komende bezoek naar voren gebracht en onze interesse in het geven van lezingen over ons werk en over de Europese keramiek. Maar het zomerreces was op deze universiteit met zijn grote aantal kunststudenten reeds begonnen. Wel wilde de presidente graag persoonlijk met ons kennis maken en ons laten rondleiden door het Art College. Wij zouden dan ook films kunnen zien over de dans en muziek opleidingen. Bij ons bezoek later in de maand viel het ons op, hoe onbevangen en vrij er gewerkt werd in niet autochtone technieken als ets en litho, terwijl bv. de schilder en textiel afdelingen een traditionelere lijn volgden. Opvallend was de royale, uitstekend geoutilleerde keramiek afdeling. Een productie van Koryo celadon-inlay 4) draaide hier op volle toeren en een fors aantal studentes vond hier een vakantie baan. Hèt hoogtepunt van ons Korea verblijf werd ons bezoek aan de Onggi pottenbakkerijen in Icheon. Onderweg erheen met zoon Willem de Vries vroegen wij de chauffeur enkele malen om te stoppen bij Koryo celadon-inlay bedrijven. De decoratieve producten vonden wij niet zo boeiend. Toen wij de echte Onggi erven ontwaarden, wisten wij niet wat wij zagen: velden met potten van kniehoog tot manshoog stonden gestapeld rondom ovens van veertig meter lengte en meer, breed genoeg voor paard en wagen en gebouwd tegen een daarvoor opgeworpen heuvel soms een aan weerzijde ervan. Hier maakten families generaties lang de traditionele Kimchi potten. Enkele dagen later zouden wij weer terug zijn om die wereld van traditie nogmaals in ons op te nemen en te fotograveren. Met ongeëvenaarde vaardigheid zagen wij de pottenbakkers op in de grond verzonken draaischijven potten opbouwen uit van te voren bereide rollen klei een meter lang. In geconcentreerde rust ritmisch kloppend en draaiend voltooiden zij de een na de andere reuze pot, die dan met een collega op een doek werd getild om hem zo naar elders te dragen om te drogen. Hier begrepen wij ook, dat iedere streek zijn eigen vorm had voor deze gebruiks waar. Als afscheid van Korea gaven wij een dialezing van ons werk op de ambassade zelf. Onder de belangstellenden was naast Ron duBois ook Prof. Choud Za-Kim van de Seoul National University. Deze was bijzonder enthousiast. Graag had hij ons geboekt voor een workshop met zijn studenten, maar voordat zij weer terug waren van vakantie, zouden wij via Taiwan, Thailand en Maleisië op weg zijn naar ons gastdocentschap in Indonesië. Wat kwam het afscheid van onze gastheer en gastvrouw snel. Wij waren gesteld geraakt op elkaar en veel ideëen, onderwerpen en gedachten hadden wij gedeeld. Daarnaast hadden zij niets nagelaten om ons bezoek inhoud te geven en alle moeite genomen om visa en vluchten voor onze volgende bestemmingen te helpen regelen. Maar wij vertrokken met de prettige gedachte, dat wij elkaar thuis in Amsterdam zouden weerzien. ¹) Onggi pottenbakkerijen zijn werkplaatsen waar generaties lang families gebruikswaar, vooral inmaakpotten, maken. ²) Kimchi, met pepers en andere kruiden ingemaakte kool, het standaard voedsel gedurende de lange, strenge Koreaanse winters. ³) The Working Processes of the Korean Folk Potter 4) In verdiept reliëf worden decoraties in Koryo stijl op potten uit donkerkleurige klei met witte klei ingevuld, waarna de stukken in hun geheel worden geglazuurd. |
|
| 1980 1981 1982 |
Werkbeurs
Ministerie van Cultuur. Na enkele jaren ambachtelijk te zijn bezig geweest met het bouwen van gasovens, met de techniek van het stoken met zout en met het ontwikkelen van klassiek oosterse reductie glazuren uit o.a. lokale materialen, wilde mijn creatieve kant meer aan bod komen. Om mijn handen vrij te hebben, vroeg ik een bescheiden beurs aan. Ik formuleerde: "dat ik wilde zoeken naar sculpturale vormen met een helder palet, naar keramisch werk waarin het noordelijke, nederlandse karakter meespeelde." Drie achtereenvolgende jaren werd deze aanvraag gehonoreerd. Maar daarna was ik blij om weer te kunnen terugkeren "tot de orde van de dag". Hiermee bedoel ik, dat het mij vastleggen op een concept en het mij verantwoorden voor wat er in mijn atelier gebeurde, mij eigenlijk niet lag. |
| 1984 en 1985 |
Studie beurs leembouw Egypte In het najaar van 1984 en in dat van 1985 maakten Johnny Rolf en ik een leembouw-studiereis naar Egypte. Dit land herbergt eeuwenoude ervaring met leembouw. Wij wisten, dat de Nubische dorpen aan de overzijde van de Nijl bij Aswan, in"Garb Aswan", geheel uit leemsteen waren opgetrokken. Deze werden het hoofddoel van onze twee studiereizen, waarvoor het Bureau Bilaterale Betrekkingen van het Ministerie van Cultuur de middelen verschafte. In 1983 had keramist en architect Ray Meeker mij gevraagd om hem in Pondicherry, India, te komen assisteren bij het opzetten van een project, dat ik later het "Gestookte Leembouw Project" zou dopen. Het idee sprak mij aan en ik kon er ja op zeggen, omdat de directeur van het genoemde Bureau Bilaterale Betrekkingen graag bereid was om mijn reis en mijn verblijf in India te financieren. Onze research in Egypte diende om zo goed mogelijk voorbereid te kunnen beginnen aan de consultants taak, die in de droge seizoenen 1984/85 en 1985/86 speelde. Op het Bureau Bilaterale Betrekkingen verwelkomde men dit ontwikkelings project om het duidelijk sociale aspect. Men had daar zelf uitgekeken naar mogelijkheden, om de sterk economisch gerichte benadering van de Ontwikkelings Hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken wat te kunnen nuanceren. |
| 1991 | Subsidie monografie "Prins Bernhard Fonds" kende een subsidie toe voor de publicatie van de monografie over mijn werk en mijn keramische activiteiten. |
| 1962 | "Zes Amsterdamse Pottenbakkers",
Hans de Jong; Sonja
Landweer; Johan van Loon,
Johnny Rolf, Jan de Rooden en Jan van der Vaart. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. |
|
| 1963 | "Nederlandse Pottenbakkers Nu",
Gemeentemuseum, den Haag "1ra Exposición de Cerámica Contemporánea", Mar de Plata, Argentinië |
|
| 1964 | "Contour", Prinsenhof
Museum, Delft "Keramiek in de tuin", Hans de Jong, Helly Oestreicher, Johnny Rolf en Jan de Rooden,"de Heydael", Laren. |
|
| 1965 | "Ceramiek in de Tuin, Kleden aan de
Wand", Gemeentemuseum, Arnhem. "Nieuwe Vormen van Ceramiek", Stedelijk Museum, Amsterdam. "Exposition Internationale de Céramique Contemporaine", Musée Cantini, Marseille, Frankrijk. |
|
| 1966 | "XXIV Concorso Internazionale della
Ceramica d'Arte", Faenza, Italië. |
|
| 1967 | " Neue Formen der Keramik aus den
Niederlanden", Hessisches
Landesmuseum, Darmstadt / Handwerksform, Hannover, Duitsland. |
|
| 1968 | "Première Biennale Internationale
de la Céramique d'Art", Vallauris,
Frankrijk. "Wandkleden en Ceramiek" in het Cultureel Centrum "de Wheeme", Meppel. |
|
| 1969 | "Ceramische Hoogtepunten",
uit de collectie van Achterbergh,
Museum Boijmans van Beuningen,
Rotterdam. |
|
| 1970 | "Nederlandse Ceramiek 1945-1970",
Centraal Museum, Utrecht "6a Biennale d'Arte della Céramica", Gubbio, Italië. Hollandská Soucasná Keramika Sklo a Tapiserie", Umêlec-koprúmyslové Museum, Praag, Tsjechoslowakije. "30 Nederlandse Keramisten", Museum de Zonnehof, Amersfoort. |
|
| 1971 | "Twelve Dutch Potters",
reizende tentoonstelling georganiseerd door het Octagon
Center for the Arts, Ames, Iowa, USA. |
|
| 1972 | "International Ceramics 1972",
Victoria & Albert Museum,
Londen, Engeland. "Keramik im Wandel", Museum Bellerive, Zürich, Zwitserland. |
|
| 1973 | "Thinking, Touching, Drinking Cup",
Sea of Japan Exhibition, Kanazawa, Tokio en
Hakodate, Japan. Deze tentoonstelling werd georganiseerd door Kimpei Nakamura. |
|
| 1974 | "The 2nd Chunichi International
Exhibition of Ceramic Arts", Oriental
Nakamura, Nagoya, Japan. |
|
| 1975 | "Kunstambachten in de Benelux",
Museum Het Sterckshof,
Antwerpen, België. |
|
| 1976 | "Céramique contemporaine",
Musée des Arts Décoratifs de la ville de Lausanne,
Lausanne, Zwitserland. |
|
| 1977 | Gast exposant "Deutsche Keramik '77",
Rastalhaus, Koblenz, Duitland. |
|
| 1979 | "The 7th Chunichi International
Exhibition of Ceramic Arts", Oriental Nakamura,
Nagoya, Japan. "Europäische Keramik seit 1950", Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg en Hetjens Museum, Düsseldorf, Duitsland. |
|
| 1981 | "Zeitgenossisches deutsches und
niederländisches Kunsthandwerk", Museum
für Kunsthandwerk, Frankfurt, Duitsland. "Zeitgenossisches deutsches und niederländisches Kunsthandwerk", in het Gemeentemuseum, Arnhem. |
|
| 1984 | "Het Ding",
Studium Generale van de Christelijke Academie
voor Beeldend Kunstonderwijs, Kampen. |
|
| 1985 | "Begegnungen - Europäische Keramik",
Museum Stadt Bad Hersfeld, Bad
Hersfeld, Duitsland. |
|
| 1986 | "1st Authorized Ceramics Design
Invitational Exhibition", Tajimi City,
Japan. |
|
| 1987 | "Streiflichter des Kunsthandwerks",
Handwerkskammer Koblenz,
Koblenz, Duitsland. |
|
| 1991 | "Keramik als Leidenschaft",
collectie Dr. Cornelius Ouwehand,
Museum Bellerive, Zürich,
Zwitserland. "Imitation and Inspiration, Japanese Influence on Dutch Art", Suntory Museum of Art, Tokio, Japan. |
|
| 1992 | "Imitatie en Inspiratie, Japanse
Invloed op Nederlandse Kunst", Rijksmuseum,
Amsterdam. "Au-delà de la tradition", Institut Néerlandais, Parijs. |
|
| 1993 | "Facets of the Same Nature",
reizende tentoonstelling, Baltimore, USA. "Bouwen met klei", Yvonne Kleinveld, Leo Scholl en Jan de Rooden, Galerie SiO², Maastricht. |
|
| 1994 |
"Facets of the Same Nature",
reizende tentoonstelling, Everson Museum of
Art, Syracuse, NY; Massachusetts College of Arts, Boston, USA. |
|
| 1995 | "Facets of the Same Nature",
Canadian Clay & Glass Gallery,
Waterloo, Canada; Karsh-Masson Gallery, Ottawa, Canada en het American Craft Museum, New York, USA.. "Keramik aus Holland", Noor Camstra, Johnny Rolf und Jan de Rooden, Galerie Charlotte Hennig, Darmstadt, Duitsland. |
|
| 1996 | "Facets of the Same Nature",
Gemeentemuseum, Commanderie van Sint Jan,
Nijmegen. |
|
| 1997 | "Keramik des 20. Jahrhunderts",
Galerie Welle, Paderborn,
Duitsland. |
|
| 1999 | "Keramik aus Kösters Kunstkammer
", Städtisches Museum
Schloss Rheydt, Mönchengladbach, Duitsland. "Millennium Tentoonstelling", Stedelijk Museum, Amsterdam. |
|
| 2001 | "De Zes Amsterdamse Pottenbakkers
opnieuw bijeen", Hans de
Jong, Sonja Landweer, Johan van Loon, Johnny Rolf , Jan de Rooden en Jan van der Vaart, Galerie "Amphora", Oosterbeek. |
|
| 2007 | "Die Sammlung Welle", Museum für Angewandte Kunst, "MAK" , Gera, Duitsland. |
| 1959 | Allereerste tentoonstelling samen met Johnny Rolf bij
Kunsthandel W. J. G. van Meurs
in Amsterdam. Door elk vrij moment aan werken in ons atelier te besteden hadden Johnny en ik na anderhalf jaar zoveel mooie stukken bijeen, dat wij Amsterdam ingingen om te zien, waar wij onze schatten zouden willen tentoonstellen. Er was de hartelijke Galerie Magdalena Sothmann, maar die vonden we wat morsig. De zalen van Kunsthandel M. L. de Boer waren licht en ruim. Daar zagen wij voor het eerst de keramiek van H.H.Kamerlingh Onnes, met wie wij later innig bevriend zouden raken. Onze gescharkeerde, wat donkere, glanzende glazuren zouden er goed uitkomen. Maar in een vriendelijk briefje antwoorde de heer de Boer, dat hij keramiek van Kamerlingh Onnes bracht, omdat hij diens schilderijen exposeerde. De aangewezen plek voor een tentoonstelling van onze keramiek vond hij Kunsthandel W.J. G. van Meurs. Zodoende gingen wij van start in die kunstkamers voor klassieke Oosterse kunst. Beneden in de tuinkamer stonden de euwenoude Chinese ossenwagens, waarvoor wij groot ontzag hadden. In de parterre zalen, waar kort tevoren de potten prijkten van de oude Russische meester Vassily Ivanoff, die zijn werkplaats had in het Franse dorp La Borne, werden nu onze creaties neergezet. De heer J.W.N. van Achterbergh was een van de eerste mensen, die werk van ons kocht. De stukken die hij uitkoos behoren tot de aanzet van een collectie hedendaagse keramiek welke zou uitgroeien tot een van de belangrijke Europese keramiek verzamelingen. |
| 1960 | "Keramiek van Johnny Rolf en Jan de
Rooden" Kunstzaal Plaats, den Haag. |
| 1961 | "Hans de Jong - Blokdrukken; Johnny
Rolf en Jan de Rooden - Keramiek", Galerie
"Int Constigh Werck", Rotterdam. "Johnny Rolf en Jan de Rooden Keramiek", Galerie "d'Eendt", Amsterdam. |
| 1966 | "Jan de Rooden Keramiek",
Galerie Ina Broerse, Amsterdam. |
| 1967 | "Holländskt Gästspel", Johnny
Rolf en Jan de Rooden, Gustavsberg Gallery,
Stockholm, Zweden. "Jan de Rooden Keramiek", Galerie "Het Kapelhuis", Amersfoort. |
| 1968 | "Jan de Rooden Ceramiek",
Galerie Ina Broerse, Amsterdam. |
| 1970 | "Recente Keramiek Jan de Rooden",
Galerie Wijngaard, Groningen |
| 1971 | "Hard en Zacht", Jan de Rooden,
"Atelier 8" ,
Stedelijk Museum, Amsterdam. Onder de noemer "Atelier" bood het Stedelijk Museum aan kunstenaars de gelegenheid om ad hoc installaties te realiseren of om een specifiek thema aan te snijden. Ik koos een bestaande zwarte donkere ruimte, een soort vervreemdende doos, om daarin mijn "Zacht en Hard" keramiek te hangen en te plaatsen. De stukken waren ontstaan als een vertaling van de spanning en de druk, die ik ervoer in de maatschappij om mij heen. Tegelijkertijd konden deze stukken worden ervaren als een weergave van natuurwetten. Jan de Rooden - "Hard en Zacht", Galerie Judith Weingarten, Amsterdam. In contrast met de presentatie in het Stedelijk Museum schilderden wij heel de galerie, de vloer incluis, hagel wit. "Recente Keramiek van Jan de Rooden", Cultureel Centrum "de Vaart", Hilversum. |
| 1972 | "Johnny Rolf en Jan de Rooden -
Keramiek / Margot Rolf - Wandkleden", Cultureel
Centrum Haaksbergen, Haaksbergen. "Kritiek in Praktijk", Galerie Collection d'Art, Amsterdam. |
| 1973 | "Keramik von Johnny Rolf und Jan de
Rooden", Kunstkammer
Ludger Köster, Mönchengladbach, |
| 1974 | "Twee Amsterdamse Pottenbakkers";
Johnny Rolf en Jan de Rooden, Museum Boijmans van
Beuningen, Rotterdam. |
| 1975 | "Keramische Kontraste", Johnny
Rolf und Jan de Rooden, Hetjens Museum,
Düsseldorf, Duitsland. |
| 1976 | Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en
Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 1977 | Margot Rolf " Geweven
wandkleden - uitgaande van vier kleuren"
/ Johnny Rolf en Jan
de rooden "Steengoed uit Amsterdam, Zoutglazuur uit
Friesland", Singer Museum, Laren. |
| 1978 | Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en
Jan de Rooden, Morra, Friesland.. |
| 1979 | "Werken van Jan Montijn en Jan de
Rooden", Galerie Krowinkel, Oldenzaal. Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 1980 | "Keramiek van Jan de Rooden",
Galerie Terracotta, Groningen. "Nieuwe Vormen", Keramiek van Jan de Rooden, Museum Het Princessehof, Leeuwarden. Margot Rolf " Recente weefsels - Uitgaande van 4 kleuren" / "Nieuwe Vormen", Keramiek van Jan de Rooden, Gemeentemuseum, Arnhem. |
| 1982 | Jan de Rooden - "Recente Keramiek",
Presentatie in het Stedelijk Museum,
Amsterdam. Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 1983 | "Jan de Rooden - Recente Keramische
Plastieken", Galerie Fenna
de Vries, Rotterdam,
"Keramische sculpturen ", Recent werk van Jan de Rooden, Cultureel Centrum "de Vaart", Hilversum, |
| 1984 | "Jan de Rooden - Recent werk",
Galerie "de Witte Voet",
Amsterdam |
| 1985 | "Johnny Rolf en Jan de Rooden -
Keramiek", Singer Museum, Laren. |
| 1988 | Eerste ateliertentoonstelling in het
Koetshuis; Johnny Rolf en Jan
de Rooden, Amsterdam. |
| 1989 | "Johnny Rolf , Gouaches; Jan de
Rooden, Recente keramiek", Galerie
"Amphora", Oosterbeek. |
| 1990 | "Jan de Rooden - Nieuwe keramiek",
Galerie "Petit",
Amsterdam, . |
| 1991 | "Jan de Rooden - Een Keramisch
Kunstenaar" / "Johnny Rolf - Gouaches",
Singer Museum, Laren Overzichtstentoonstelling ter gelegenheid van mijn zestigste verjaardag. Presentatie van de monografie over mijn werk en over mijn keramische activiteiten: "Jan de Rooden - Een Keramisch Kunstenaar" / "Johnny Rolf - Gouaches", Cultureel Centrum "de Beyerd", Breda |
| 1993 | Ateliertentoonstelling; Johnny
Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 1995 | "Keramiek van Adriana Baarspul en
Jan de Rooden", Galerie "Amphora",
Oosterbeek Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden Amsterdam.. |
| 1996 | "Jan de Rooden - Zeitgenossiche
Keramik", Hetjens Museum,
Düsseldorf, Duitsland. |
| 1998 | Ateliertentoonstelling; Johnny
Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 2000 | "Johnny Rolf - Keramiek en Gouaches
/ Jan de Rooden - Keramiek en Krijttekeningen",
Singer Museum, Laren. |
| 2001 | "Zweiklang in Ton" - Johnny
Rolf und Jan de Rooden, Museum Schloss Rheydt, Mönchengladbach,
Duitsland. Catalogus, tekst en fotografie Dr. Carsten Sternberg. Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 2002 | "Jan de Rooden - Keramiek",
Galerie Carla Koch, Amsterdam.
Thema "Kosmos". |
| 2003 | "Jan de Rooden - Keramiek en
Tekeningen", St. Joseph
Galerie, Leeuwarden |
| 2004 | Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en
Jan de Rooden, Amsterdam. |
| 2006 | Laatste Aliertentoonstelling; Johnny Rolf
en Jan de Rooden, Amsterdam. |