Het
Gestookte Leembouw Project |
![]() |
||||
Leembouwhuis in aanbouw |
||||
Een idee geboren |
||
| In het Amerikaanse tijdschrift
"Ceramic Monthly" las Ray
Meeker eind 1983 over een opmerkelijk
experiment van de Iraanse architect Nader
Khalili. Op een tocht op zijn motor kwam
Khalili in de late jaren zeventig door een Iraans dorp,
waarvan de huizen er allemaal slecht aan toe waren.
Sommige waren bezweken onder de sneeuwlast en het
smeltwater. Tot zijn verbazing vond hij een van de huizen geheel intact. "Natuurlijk", zeiden de op hem afgekomen mensen, "dat is de pottenbakkers oven, als een rots zo hard." Het idee was geboren. Kahlili rustte niet, voordat hij genoeg olie bij elkaar had om te proberen om enkele lemen huizen van binnen uit te bakken door branders op de muren te richten. Zo begon het, meende hij, immers ooit met die oven. Hij boekte een gedeeltelijk succes. De Amerikaan Ray Meeker studeerde aan de UCLA in Los Angeles architectuur en stapte vervolgens over op keramiek. Samen met Deborah Smith begon hij in 1971 in het Zuid Indiase Pondicherry een atelier. Nadat Tamil werkers hen vroegen, of zij het hen ook wilden leren, groeide hun atelier uit tot de "Golden Bridge Pottery". Net als iedereen kampten hun mensen tijdens de moessonregens met het probleem van daken, die het begaven. Steeds opnieuw moesten zij hun brood- heer traditionele dakbedekking van gevlochten palmblad. Die werd helaas met het jaar schaarser en duurder. Ray wist op slag, dat als er ergens een zinvolle plek viel te aan te wijzen, om Khalili's idee grondig op zijn haalbaarheid te testen, Pondicherry het eerst in aanmerking zou komen. Voor een goede test dienden keramische principes te worden gevolgd. Eerste vereisten waren ervaring en inzicht in ovenbouw en in stook technieken en veel verstand van klei was er nodig. Er zou bovendien een forse dosis organisatie- talent worden verlangd op de route van kleiput tot einddoel. Naar gelang de stand van het werk zouden er afroepbare werkkrachten beschikbaar moeten zijn. In en nabij Pondicherry was dat allemaal voorhanden. Voortdurend druk bezet als hij was, vroeg Ray mij begin 1984 of ik hem wilde komen helpen om een project te starten, dat later het "Gestookte Leembouw Project" zou gaan heten. Met mijn sceptische instelling had ik de nodige bedenkingen, net als Ray zelf zo vertrouwde hij mij later toe, maar alleen een proef op de som kon uitsluitsel geven. Het concept en de plaats van uitvoering waren bovendien te verleidelijk, om er geen ja op te zeggen. Johnny stemde terstond in met het idee om voor een tijd ons huis achter te laten en in India te gaan werken. Zij zette zich meteen aan research naar leembouw, terwijl ik op speurtocht ging om het aanvullend budget te vinden, dat we nodig zouden hebben. Ik werd erop geattendeerd, dat men op de afdeling Bilaterale Betrekkingen van het ministerie van Cultuur waarschijnlijk belangstelling zou hebben voor een project als het onze. Deelnemen aan een"Low cost housing" project sprak de staf inderdaad aan. Dat dit in India met lokale mensen zou spelen onder leiding van lieden die in de architectuur en in de keramiek hun sporen hadden verdiend, vonden zij een overtuigend argument. Tot tweemaal toe stelden de afdeling Bilaterale Betrekkingen mij een budget ter beschikking, waardoor ik in de droge seizoenen van 1984 - 85 en 1985 - 86 in Pondicherry aan het project mee kon werken. |
||
| Garb Aswan | ||
| Uit de research van Johnny kwam spoedig
naar voren, dat dé bron van informatie over leembouw in
Nubië lag. De Egyptische architect Hassan Fathy, die zich in zijn land inzette voor de revival en van leembouw, propageerde de Nubische toog. Het leek verstandig om alvorens in Pondicherry aan de slag te gaan eerst de Nubische leembouw dorpen aan de Nijl bij Aswan te bezoeken, Fathy's inspiratie wereld. Ook voor deze studiereis voorzag het bureau Bilaterale Betrekkingen ons van het benodigde budget. Johnny en ik konden daardoor ter plekke Nubische togen zien optrekken en de werkwijze vastleggen. Vooral in het uitgestrekte Garb Aswan (West Aswan) werden op veel plekken nieuwe huizen opgetrokken in de uitgesproken waardige, hoge stijl. Op de bouwplaats zelf werden de kleistenen gemaakt en werden kleispecie en pleistermortel bereid. Zonder enig hulpmiddel trok de metselaar daarmee op het oog de toog op over de hoge zijmuren. Deze stabiele en ogenschijnlijk eenvoudige toogbouw leken Johnny en mij ideaal voor een huis, dat gestookt moest worden. |
||
| Pondicherry | ||
| In Pondicherry liepen de wegen van Johnny
en mij wat uiteen. Johnny had haar taak in de
pottenbakkerij. Voor de zojuist gereed gekomen zoutoven zou zij engobes en binnenglazuren uit lokale materialen helpen ontwikkelen. Voor Ray en mij was nummer één op de agenda, een plan de campagne maken, dat op een efficiente manier in de drie à vier droge en niet te hete maanden een gestookt huis zou opleveren, waarop wij verder konden bouwen. |
||
| Plan de campagne | ||
|
||
|
||
Steenmaakster,
haar baby veilig in de schaduw, |
||
|
||
Verse stenen drogend op het erf. |
||
| De bouw | ||
| Het bleek weinig voeten in de aarde te
hebben om geschikte klei en kleistenen te lokaliseren en
die te laten aanvoeren, al waren nog nooit eerder groene stenen afgenomen. De boekhouder van de GBP had samen met een compagnon een terrein met goede klei in pacht. Daarop hadden zij een uitgebreide baksteen productie gaande. Dit gelukkige toeval verschafte ons, groen als wij zelf waren, een welkome introductie. Lastiger was het om goede steenmakers te vinden en vooral om ze te houden. Als de familie zaaide of oogstte lag ons steenerf verlaten en ook als er betaaldag was geweest of een voorschot genomen, kwam er soms in dagen geen steen bij. Zodra er echter voldoende toogstenen te drogen stonden, gingen wij van start. De metselaar en zijn helpers hadden weinig moeite om de techniek van bouwen met kleisteen en modderspecie op te pakken. Ik zelf had de sensatie, dat ik op afstand aan mijn vertrouwde werktafel bezig was. De muren groeiden met de dag, maar helaas niet steeds continu. De steenaanvoer en de beschikbaarheid van steenmakers stokten enige keren om duistere redenen. Waarschijnlijk wist men niet goed wat te denken van bouwers die groene stenen afnamen, of wilde men een hogere prijs. Maar uiteindelijk kwamen de muren op hoogte en kon het optrekken van de toog beginnen. Vanaf dit moment luisterde alles bijzonder nauw, bemerkte ik. De hoek waaronder ik begon, was eerst niet goed en daarna zagen wij, dat 's nachts de toog op halve hoogte onder het eigen gewicht uitbolde. Minder lagen op een dag en nauwelijks of geen specie, eerder steenschilvers of zo tussen de kop van de stenen bleek de remedie. Pas toen ik een soort mal had verzonnen groeide de toog sneller en strakker door en weldra mochten wij hem nu met een kleine ceremonie sluiten. Terwijl het huis droogde, werd het beladen met kleistenen en met tegels, bestemd om na de stook het dak te bedekken. |
||
|
||
Bouw van toog naar Nubisch voorbeeld. |
||
| Isolatie van de toog | ||
| Om warmte verlies door de toog tegen te
gaan moest deze geïsoleerd. Hiervoor bedachten wij een
asmortel samengesteld uit plastische klei, grof zand en houtas, die we met een beetje water mengden in delen van respectievelijk 0.25 : 1 : 6. Met de hand werd deze mortel aangebracht in twee lagen van een 2.5 cm dik en daarna flink aangeklopt. Dit bracht de klei naar de oppervlakte met het uit de as opgeloste zout. Onder het drogen werden deze componenten hard en beschermden de isolatielaag tegen wind erosie en zelfs, zoals bleek, tegen lichte regen. |
||
| Regen | ||
| Bijna gooiden op het laatste moment buien
door grillige winden aangevoerd roet in het eten. De zon
was nog niet op, maar aansnellend op mijn fiets ontwaarde ik rennende figuurtjes op de bouwplaats en Ray druk in de weer boven op de toog. Iedereen had afdekmateriaal weten te vinden. Toen het licht werd, zagen wij, dat ons gebouw geen ernstige schade had opgelopen. Voor de zekerheid kwam er dezelfde dag nog palmblad voor de steenstapels en dekzeil voor het huis. De hitte van de zon zou het hout op tijd weer droog genoeg hebben om de stook te beginnen. |
| Enthousiaste stook | ||||||||||
| Wij gingen ervan uit, dat de stookcyclus
van dit bescheiden bouwwerkje met zijn ruim gestapelde
lading ongeveer een 40 uur zou nemen. In dit hete klimaat leek ons 12 uur voorwarm tijd om de waterdamp te lozen voldoende. De temperatuur mocht daarbij niet boven de 200º C uit komen. In de volgende 12 uur zouden wij naar 600º C gaan en de eerste gloed zien. Van daaraf, zo rekenden wij, waren er nog eens 12 uur nodig zijn om de gewenste 960º C te bereiken. Die afstook temperatuur moesten wij dan minimaal vier uur vasthouden. Hoe anders verliep het allemaal. Paasochtend vroeg staken Ray en ik het aanmaak hout aan in het linker en in rechter stookkanaal van front- en achterzijde. Het middelste kanaal bleef tijdens de opwarming ongemoeid. Met plezier zagen wij, hoe regelmatig zich het vuur naar het midden van de oven verplaatste. Tegen de middag stak er echter een harde oosten wind op en blijkbaar sneed turbulentie de luchttoevoer aan de rechter zijkant af. Wij bedachten enige ingrepen, maar pas toen bij zonsondergang de wind ging liggen, kregen we weer een gelijkmatig vuur door heel de oven. Rond tien uur in de avond, de temperatuur was inderdaad constant op 200º C gebleven, meldde zich de nachtploeg. Nu mocht het echte stoken beginnen. Bij middernacht al wees de pyrometer 300º C. Beide "bazen" door koorts geplaagd, moesten helaas de stook regie uit handen geven om een paar uur te slapen. In zijn beste Tamil gaf Ray de voorman uitgebreide instructies. Met ons uit het zicht wierp de bemanning zich vol enthusiasme op het opvoeren van de temperatuur, als gold het de meer kamer oven. Toen wij een uur voor zonsopgang terug kwamen, lekten vlammen door een opening in de toog tegen de achtergevel. Wij besloten deze niet te dichten, maar alleen met een laag baksteen af te dekken, zodat de muur zich vrij kon blijven bewegen. Voor goede observatie moesten de muren zich ongehinderd kunnen gedragen. De temperatuur lag inmiddels al boven de 600º C. in een oven, die ontworpen leek voor snelstook en die door de geestdriftige groep nog eens in hoog tempo op licht, lang vlammend hout werd vergast. Nu was het zaak om extra traag te gaan om verdere geforceerde uitzetting van de muren binnen zo veel mogelijk te beteugelen. Toen het dag werd zagen we, dat beide zijmuren uitbolden en dat de voor- en de achtergevel van de toog werden weg getild. Deze laatsten zouden meteen na het beeindigen van de stook beginnen terug te zakken om eenmaal afgekoeld hun koude stand practisch te hernemen. De uitwaarste stand in het midden van de zijmuren was definitief. Bij het arriveren van de dag ploeg maakten wij ons op voor een slot ronde, die tot zonsondergang zou duren. Maar al aan het einde van de ochtend wees de pyrometer 960º C. Verrast overlegden Ray en ik, of wij misschien tot 1000º C moesten doorstoken, maar een snelle blik in het middelste kanaal liet smeltende stenen op stookhoogte zien. De stook was na amper 26 uur gedaan en na een laatste inworp hout werden in ijltempo alle toegangen en openingen in deur, muren en toog met stenen dichtgezet en met klei afgesmeerd. Het nu zinderende huis zou er vier dagen over doen om af te koelen en toen op dag vijf een pracht lading stenen als een oogst naar buiten was gedragen, stonden wij in een sienna kleurige ruimte, die weldadig aandeed. Met wederom een kleine ceremonie lieten wij bij Indiase versnapperingen de atmosfeer onder de koele toog op ons inwerken. |
||||||||||
|
||||||||||
Stook van het "Pilot House". |
||||||||||
| Stook resultaten | ||||||||||
| Toen de isolatielaag van de toog was
verwijderd, konden wij nagaan in hoeverre onze proef
geslaagd was op het punt, waar alles om draaide: het doorbakken van het toogdak. Het resultaat was wat teleurstellend. Een zalmkleurige baksteen kwam van onder het as mengsel te voorschijn, te zacht nog en niet bestand tegen erosie. Dr. Chamanlal Gupta, natuurkundige en zonne energie expert had onze onderneming vanaf het begin met enthousiasme had gevolgd. Hij berekende dat de temperatuur aan de buitenkant van de toog onder de 5 cm. isolatie 615º C had bedragen. Was de isolatielaag 15 cm. dik geweest, dan was de benodigde 850º C aan de buitenkant bereikt, wat rode baksteen zou hebben opgeleverd. |
||||||||||
|
||||||||||
De muren worden gepleisterd met een stuclaag van lateriet zand, kalk en cement. |
||||||||||
| De afwerking | ||||||||||
| Hoewel het slechts om een proefhuisje
ging, dat niet lang kon blijven staan, wilden wij de
weersinvloed op de afwerklaag in de eerst komende seizoenen kunnen volgen. Zodra de stookmonden en de luchttoevoer en rookafvoer openingen waren dicht gemetseld, begonnen de metselaar en zijn helpers aan de afwerking. De muren werden bovenop voorzien van waterdorpels van baksteen gemetseld met kalk-cement specie. De toog werd bedekt met de vers gestookte tegels in kalk-klei mortel met een beetje cement. De muren aan de buitenzijde en de binnenkant kregen een lokaal gebruikte pleisterlaag van drie delen rode (lateriet) aarde, een deel kalk en een kwart deel cement. Dit gaf het huisje hetzelfde warme donker oker uiterlijk als de meeste Tamil huizen in de omgeving. Maar omdat kalk de naam heeft een pleisterlaag harder te maken en water afstotender, wilden wij dit ook uitproberen. Drie zijden van het gebouwtje werden daarom gewit met kalk met een bindmiddel. Toen het stralend wit gereed stond, werd het rondom "de tempel" genoemd. |
||||||||||
|
||||||||||
Het "Pilot
House" |
||||||||||
| Het vervolg | ||||||||||
| Het Pilot House is nog
niet gereed, of elk van ons maakt zich op voor het
volgende experiment. Met Ray spreken wij af, dat Johnny en ik aan het einde van het jaar weer in Pondicherry terug zullen zijn. In de tussenliggende acht maanden willen wij in onze Europese omgeving zoveel mogelijk informatie en ideeën over leembouw vergaren. Ray is al begonnen aan de fundering van zijn volgende project: een hal met patio bij de entree van de Golden Bridge Pottery zelf. Op zijn tekenbord groeien de schetsen met de dag. Hassan Fathy's boek "Architecture for the Poor" ( ISBN 0-226-23916-0 ), blijkt ook hem te inspireren. Als Johnny en ik de ons nu zo vertrouwde Golden Bridge Pottery Compound verlaten, passeren wij eerst de stapel bakstenen uit het Pilot House en dan stapel na stapel zachte, licht rode bakstenen afkomstig van steenbakkerijen in de buurt. Daar zijn die gestookt in "Skoves", een methode waarbij de te bakken stenen zo zijn gestapeld, dat deze stapel zelf de oven wordt. Straks zullen al deze bakstenen de buitenkant bekleden van de nieuwe, gestookte leembouw hal. |