L

Het Gestookte Leembouw Project
Jan de Rooden

     

Phase I 1984-85


Research 1985 


Phase II 1986  

   

    Agni Jata


    
Mud


Conclusies

Leembouwhuis in aanbouw

 

Eerste gestookte huis 1984 - 85

 

Een idee geboren

In het Amerikaanse tijdschrift "Ceramic Monthly" las Ray Meeker eind 1983 over een opmerkelijk experiment van de Iraanse architect Nader Khalili. Op een tocht op zijn motor kwam Khalili in de late jaren zeventig door een Iraans dorp, waarvan de huizen er allemaal slecht aan toe waren. Sommige waren bezweken onder de sneeuwlast en het smeltwater.
Tot zijn verbazing vond hij een van de huizen geheel intact. "Natuurlijk", zeiden de op hem afgekomen mensen, "dat is de pottenbakkers oven, als een rots zo hard."
Het idee was geboren. Kahlili rustte niet, voordat hij genoeg olie bij elkaar had om te proberen om enkele lemen huizen van binnen uit te bakken door branders op de muren te richten. Zo begon het, meende hij, immers ooit met die oven.
Hij boekte een gedeeltelijk succes.

De Amerikaan Ray Meeker studeerde aan de UCLA in Los Angeles architectuur en stapte vervolgens over op keramiek. Samen met Deborah Smith
begon hij in 1971 in het Zuid Indiase Pondicherry een atelier. Nadat Tamil werkers hen vroegen, of zij het hen ook wilden leren, groeide hun atelier uit
tot de "Golden Bridge Pottery".
Net als iedereen kampten hun mensen tijdens de moessonregens met het probleem van daken, die het begaven. Steeds opnieuw moesten zij hun brood-
heer traditionele dakbedekking van gevlochten palmblad. Die werd helaas met het jaar schaarser en duurder.
Ray wist op slag, dat als er ergens een zinvolle plek viel te aan te wijzen, om Khalili's idee grondig op zijn haalbaarheid te testen, Pondicherry het eerst
in aanmerking zou komen.
Voor een goede test dienden keramische principes te worden gevolgd. Eerste vereisten waren ervaring en inzicht in ovenbouw en in stook technieken
en veel verstand van klei was er nodig. Er zou bovendien een forse dosis organisatie- talent worden verlangd op de route van kleiput tot einddoel.
Naar gelang de stand van het werk zouden er afroepbare werkkrachten beschikbaar moeten zijn. In en nabij Pondicherry was dat allemaal voorhanden.

Voortdurend druk bezet als hij was, vroeg Ray mij begin 1984 of ik hem wilde komen helpen om een project te starten, dat later het "Gestookte
Leembouw Project"
zou gaan heten. Met mijn sceptische instelling had ik de nodige bedenkingen, net als Ray zelf zo vertrouwde hij mij later toe,
maar alleen een proef op de som kon uitsluitsel geven.
Het concept en de plaats van uitvoering waren bovendien te verleidelijk, om er geen ja op te zeggen.

Johnny stemde terstond in met het idee om voor een tijd ons huis achter te laten en in India te gaan werken.
Zij zette zich meteen aan research naar leembouw, terwijl ik op speurtocht ging om het aanvullend budget te vinden, dat we nodig zouden hebben.
Ik werd erop geattendeerd, dat men op de afdeling Bilaterale Betrekkingen van het ministerie van Cultuur waarschijnlijk belangstelling zou hebben
voor een project als het onze. Deelnemen aan een"Low cost housing" project sprak de staf inderdaad aan. Dat dit in India met lokale mensen zou
spelen onder leiding van lieden die in de architectuur en in de keramiek hun sporen hadden verdiend, vonden zij een overtuigend argument.
Tot tweemaal toe stelden de afdeling Bilaterale Betrekkingen mij een budget ter beschikking, waardoor ik in de droge seizoenen van 1984 - 85 en
1985 - 86 in Pondicherry aan het project mee kon werken.
Garb Aswan
Uit de research van Johnny kwam spoedig naar voren, dat d bron van informatie over leembouw in Nubi lag.
De Egyptische architect Hassan Fathy, die zich in zijn land inzette voor de revival van leembouw, propageerde de Nubische toog.
Het leek verstandig om alvorens in Pondicherry aan de slag te gaan eerst de Nubische leembouw dorpen aan de Nijl bij Aswan te bezoeken,
Fathy's inspiratie wereld.
Ook voor deze studiereis voorzag het bureau Bilaterale Betrekkingen ons van het benodigde budget. Johnny en ik konden daardoor ter plekke
Nubische togen zien optrekken en de werkwijze vastleggen. Vooral in het uitgestrekte Garb Aswan (West Aswan) werden op veel plekken
nieuwe huizen opgetrokken in de uitgesproken waardige, hoge stijl.
Op de bouwplaats zelf werden de kleistenen gemaakt en werden kleispecie en pleistermortel bereid.
Zonder enig hulpmiddel trok de metselaar daarmee op het oog de toog op over de hoge zijmuren.
Deze stabiele en ogenschijnlijk eenvoudige toogbouw leken Johnny en mij ideaal voor een huis, dat gestookt moest worden.
Pondicherry
In Pondicherry liepen de wegen van Johnny en mij wat uiteen. Johnny had haar taak in de pottenbakkerij. Voor de zojuist gereed gekomen zoutoven
zou zij engobes en binnenglazuren uit lokale materialen helpen ontwikkelen.
Voor Ray en mij was nummer n op de agenda, een plan de campagne maken, dat op een efficiente manier in de drie vier droge en niet te hete
maanden een gestookt huis zou opleveren, waarop wij verder konden bouwen.
Plan de campagne
  1. in Phase I zouden wij uitgaan van een klein huis naar Nubisch model;
  2. het volume van dat gebouwtje moest minimaal overeenkomen met het kleinst gebruikte huis uit de omgeving;
    een plintoppervlak van 2 x 3 m.; een toog van plm.1.35 m. in hoogte over muren van plm.1.65 m.; dat betekende een voor- en achtermuur
    van plm. 3.15 m. hoogte en daarin zouden ventilatie sleuven komen;
  3. vr het stoken moest het bouwwerkje als een oven worden beladen met kleistenen en tegels; die konden warmte opslaan tijdens de stook;
    na het stoken leverden zij hun bijdrage in de kosten van de brandstof;
  4. als brandstof zouden we hetzelfde materiaal gebruiken als de lokale steenbakkers, nl. casuarina, een snelgroeiende houtsoort van hoog calorisch
    gehalte, die als zoutminnend gewas aan de kust op zilte grond werd gekweekt;
  5. parallel aan de Golden Bridge Pottery beschikte Ray over een lang terrein; aan de rand daarvan zou het huis komen te staan en heel het overige
    zou als productie erf dienen voor de steenmakers, die we zouden aantrekken, zodra de geeigende klei er was;
  6. zij zouden de speciale toogstenen met het formaat van: 26 x 16 x 5 cm. maken met daarin twee diagonale groeven voor de hechting en de stenen
    voor de muren, voor de lading zouden we groene (ongebakken) stenen kopen bij de steenbakkerijen even buiten Pondicherry;
 

Steenmaakster, haar baby veilig in de schaduw,
maakt de eerste toogstenen
met diagonale groeven voor goede hechting.

 
 

  Verse stenen drogend op het erf.

 
De bouw
Het bleek weinig voeten in de aarde te hebben om geschikte klei en kleistenen te lokaliseren en die te laten aanvoeren, al waren nog nooit eerder groene
stenen afgenomen. De boekhouder van de GBP had samen met een compagnon een terrein met goede klei in pacht. Daarop hadden zij een uitgebreide baksteen productie gaande. Dit gelukkige toeval verschafte ons, groen als wij zelf waren, een welkome introductie.
Lastiger was het om goede steenmakers te vinden en vooral om ze te houden. Als de familie zaaide of oogstte lag ons steenerf verlaten en ook als er
betaaldag was geweest of een voorschot genomen, kwam er soms in dagen geen steen bij.
Zodra er echter voldoende toogstenen te drogen stonden, gingen wij van start.
De metselaar en zijn helpers hadden weinig moeite om de techniek van bouwen met kleisteen en modderspecie op te pakken. Ik zelf had de sensatie,
dat ik op afstand aan mijn vertrouwde werktafel bezig was. De muren groeiden met de dag, maar helaas niet steeds continu.
De steenaanvoer en de beschikbaarheid van steenmakers stokten enige keren om duistere redenen. Waarschijnlijk wist men niet goed wat te denken van bouwers die groene stenen afnamen, of wilde men een hogere prijs.
Maar uiteindelijk kwamen de muren op hoogte en kon het optrekken van de toog beginnen.
Vanaf dit moment luisterde alles bijzonder nauw, bemerkte ik. De hoek waaronder ik begon, was eerst niet goed en daarna zagen wij, dat 's nachts de toog
op halve hoogte onder het eigen gewicht uitbolde. Minder lagen op een dag en nauwelijks of geen specie, eerder steenschilvers of zo tussen de kop van de stenen bleek de remedie. Pas toen ik een soort mal had verzonnen groeide de toog sneller en strakker door en weldra mochten wij hem nu met een kleine ceremonie sluiten.
Terwijl het huis droogde, werd het beladen met kleistenen en met tegels, bestemd om na de stook het dak te bedekken.
 

Bouw van toog naar Nubisch voorbeeld.

 
Isolatie van de toog
Om warmte verlies door de toog tegen te gaan moest deze gesoleerd. Hiervoor bedachten wij een asmortel samengesteld uit plastische klei, grof zand
en houtas, die we met een beetje water mengden in delen van respectievelijk 0.25 : 1 : 6. Met de hand werd deze mortel aangebracht in twee lagen van
een 2.5 cm dik en daarna flink aangeklopt. Dit bracht de klei naar de oppervlakte met het uit de as opgeloste zout. Onder het drogen werden deze componenten hard en beschermden de isolatielaag tegen wind erosie en zelfs, zoals bleek, tegen lichte regen.
Regen
Bijna gooiden op het laatste moment buien door grillige winden aangevoerd roet in het eten. De zon was nog niet op, maar aansnellend op mijn fiets
ontwaarde ik rennende figuurtjes op de bouwplaats en Ray druk in de weer boven op de toog. Iedereen had afdekmateriaal weten te vinden.
Toen het licht werd, zagen wij, dat ons gebouw geen ernstige schade had opgelopen. Voor de zekerheid kwam er dezelfde dag nog palmblad voor
de steenstapels en dekzeil voor het huis.
De hitte van de zon zou het hout op tijd weer droog genoeg hebben om de stook te beginnen.
Enthousiaste stook
Wij gingen ervan uit, dat de stookcyclus van dit bescheiden bouwwerkje met zijn ruim gestapelde lading ongeveer een 40 uur zou nemen. In dit hete
klimaat leek ons 12 uur voorwarm tijd om de waterdamp te lozen voldoende. De temperatuur mocht daarbij niet boven de 200 C uit komen.
In de volgende 12 uur zouden wij naar 600 C gaan en de eerste gloed zien. Van daaraf, zo rekenden wij, waren er nog eens 12 uur nodig zijn om
de gewenste 960 C te bereiken. Die afstook temperatuur moesten wij dan minimaal vier uur vasthouden. Hoe anders verliep het allemaal.

Paasochtend vroeg staken Ray en ik het aanmaak hout aan in het linker en in rechter stookkanaal van front- en achterzijde. Het middelste kanaal bleef
tijdens de opwarming ongemoeid. Met plezier zagen wij, hoe regelmatig zich het vuur naar het midden van de oven verplaatste. Tegen de middag stak er
echter een harde oosten wind op en blijkbaar sneed turbulentie de luchttoevoer aan de rechter zijkant af. Wij bedachten enige ingrepen, maar pas toen
bij zonsondergang de wind ging liggen, kregen we weer een gelijkmatig vuur door heel de oven.
Rond tien uur in de avond, de temperatuur was inderdaad constant op 200 C gebleven, meldde zich de nachtploeg. Nu mocht het echte stoken beginnen.
Bij middernacht al wees de pyrometer 300 C. Beide "bazen" door koorts geplaagd, moesten helaas de stook regie uit handen geven om een paar uur te slapen. In zijn beste Tamil gaf Ray de voorman uitgebreide instructies.
Met ons uit het zicht wierp de bemanning zich vol enthusiasme op het opvoeren van de temperatuur, als gold het de meer kamer oven. Toen wij een uur
voor zonsopgang terug kwamen, lekten vlammen door een opening in de toog tegen de achtergevel. Wij besloten deze niet te dichten, maar alleen met
een laag baksteen af te dekken, zodat de muur zich vrij kon blijven bewegen. Voor goede observatie moesten de muren zich ongehinderd kunnen gedragen.
De temperatuur lag inmiddels al boven de 600 C. in een oven, die ontworpen leek voor snelstook en die door de geestdriftige groep nog eens in hoog
tempo op licht, lang vlammend hout werd vergast. Nu was het zaak om extra traag te gaan om verdere geforceerde uitzetting van de muren binnen zo veel mogelijk te beteugelen. Toen het dag werd zagen we, dat beide zijmuren uitbolden en dat de voor- en de achtergevel van de toog werden weg getild.
Deze laatsten zouden meteen na het beeindigen van de stook beginnen terug te zakken om eenmaal afgekoeld hun koude stand practisch te hernemen.
De uitwaarste stand in het midden van de zijmuren was definitief.
Bij het arriveren van de dag ploeg maakten wij ons op voor een slot ronde, die tot zonsondergang zou duren. Maar al aan het einde van de ochtend wees
de pyrometer 960 C. Verrast overlegden Ray en ik, of wij misschien tot 1000 C moesten doorstoken, maar een snelle blik in het middelste kanaal liet smeltende stenen op stookhoogte zien.
De stook was na amper 26 uur gedaan en na een laatste inworp hout werden in ijltempo alle toegangen en openingen in deur, muren en toog met stenen dichtgezet en met klei afgesmeerd.
Het nu zinderende huis zou er vier dagen over doen om af te koelen en toen op dag vijf een pracht lading stenen als een oogst naar buiten was gedragen, stonden wij in een sienna kleurige ruimte, die weldadig aandeed. Met wederom een kleine ceremonie lieten wij bij Indiase versnapperingen de atmosfeer
onder de koele toog op ons inwerken.
 

Stook van het "Pilot House".

 
Stook resultaten
Toen de isolatielaag van de toog was verwijderd, konden wij nagaan in hoeverre onze proef geslaagd was op het punt, waar alles om draaide:
het doorbakken van het toogdak. Het resultaat was wat teleurstellend. Een zalmkleurige baksteen kwam van onder het as mengsel te voorschijn,
te zacht nog en niet bestand tegen erosie.
Dr. Chamanlal Gupta, natuurkundige en zonne energie expert had onze onderneming vanaf het begin met enthousiasme had gevolgd. Hij berekende
dat de temperatuur aan de buitenkant van de toog onder de 5 cm. isolatie 615 C had bedragen. Was de isolatielaag 15 cm. dik geweest, dan was
de benodigde 850 C aan de buitenkant bereikt, wat rode baksteen zou hebben opgeleverd.

De muren worden gepleisterd met een stuclaag van lateriet zand, kalk en cement.

 
De afwerking
Hoewel het slechts om een proefhuisje ging, dat niet lang kon blijven staan, wilden wij de weersinvloed op de afwerklaag in de eerst komende
seizoenen kunnen volgen.
Zodra de stookmonden en de luchttoevoer en rookafvoer openingen waren dicht gemetseld, begonnen de metselaar en zijn helpers aan de afwerking.
De muren werden bovenop voorzien van waterdorpels van baksteen gemetseld met kalk-cement specie. De toog werd bedekt met de vers gestookte
tegels in kalk-klei mortel met een beetje cement. De muren aan de buitenzijde en de binnenkant kregen een lokaal gebruikte pleisterlaag van drie delen
rode (lateriet) aarde, een deel kalk en een kwart deel cement. Dit gaf het huisje hetzelfde warme donker oker uiterlijk als de meeste Tamil huizen in
de omgeving. Maar omdat kalk de naam heeft een pleisterlaag harder te maken en water afstotender, wilden wij dit ook uitproberen. Drie zijden van
het gebouwtje werden daarom gewit met kalk met een bindmiddel.
Toen het stralend wit gereed stond, werd het rondom "de tempel" genoemd.
 

Het  "Pilot House"
naast de compound van de  "Golden Bridge Pottery"  in Pondicherry, 1985.

 
Het vervolg
Het Pilot House is nog niet gereed, of elk van ons maakt zich op voor het volgende experiment.
Met Ray spreken wij af, dat Johnny en ik aan het einde van het jaar weer in Pondicherry terug zullen zijn.
In de tussenliggende acht maanden willen wij in onze Europese omgeving zoveel mogelijk informatie en ideen over leembouw vergaren.
Ray is al begonnen aan de fundering van zijn volgende project: een hal met patio bij de entree van de Golden Bridge Pottery zelf.
Op zijn tekenbord groeien de schetsen met de dag. Hassan Fathy's boek "Architecture for the Poor" ( ISBN 0-226-23916-0 ),
blijkt ook hem te inspireren.

Als Johnny en ik de ons nu zo vertrouwde Golden Bridge Pottery Compound verlaten, passeren wij eerst de stapel bakstenen uit het Pilot House
en dan stapel na stapel zachte, licht rode bakstenen afkomstig van steenbakkerijen in de buurt. Daar zijn die gestookt in "Skoves", een methode
waarbij de te bakken stenen zo zijn gestapeld, dat deze stapel zelf de oven wordt.
Straks zullen al deze bakstenen de buitenkant bekleden van de nieuwe, gestookte leembouw hal.
 

top

home